Skip to main content

KCT

Korps Commandotroepen

Het Korps Commandotroepen (KCT) is de speciale eenheid van de Koninklijke Landmacht die als taak heeft het voorbereiden en uitvoeren van Speciale Operaties in het kader van bondgenootschappelijke verdedigings- en crisisbeheersingstaken. Het KCT staat 365 dagen per jaar, 24 uur per dag gereed voor operationele inzet, waar dan ook ter wereld.

Kernwaarden

Onze kracht zijn onze kernwaarden. Zij spelen een essentiële rol in het selectieproces en bepalen onze identiteit. Velen denken dat vooral het fysieke aspect het verschil maakt, maar niets is minder waar. De ware kracht en het verschil zit in de mentale component, het karakter, de wil. Commando’s moeten zelfredzaam zijn, zelfstandig denken en handelen en altijd verantwoording kunnen afleggen. ‘Wij in plaats van ik’, ‘afspraak is afspraak’ en ‘niet goed is opnieuw’ zijn leidende beginselen in de commando-opleiding en ook daarna.

Onze mensen zijn speciaal geselecteerd en hebben de zwaarste opleiding ondergaan om dit beroep uit te kunnen oefenen. Centraal in onze opleiding en in ons werk staan de kernwaarden die het fundament vormen van het KCT:

Moed
De commando doet wat noodzakelijk is, ongeacht de consequenties voor hemzelf.

Beleid
Doortastend handelen, onconventioneel en verrassend. De commando is altijd bereid verantwoording af te leggen voor wat hij doet.

Trouw
Trouw aan je opdracht, trouw aan je kameraden, trouw aan het Korps, trouw aan jezelf.

Eer
Het is onze eer te na op te geven en niet het beste uit onszelf te halen.

Trots
Trots op ons Korps, onze geschiedenis, tradities en daden.

Geschiedenis

No 2 Dutch Troop

1942-1945

Afkomstig van de Koninklijke Brigade “Prinses Irene” begonnen 48 Nederlanders op 22 maart 1942 aan de vooropleiding bij No 3, No 4, No 9 en No 12 Commando. In mei 1942 komt de groep samen in het Commando Basic Training Center in het Schotse Achnacarry voor het volgen van de commandotraining. Uiteindelijk ontvingen van die 48 mannen er 25 de groene baret. Zo ontstond in juni 1942 No 2 (Dutch) Troop, een geheel uit Nederlanders bestaande commando-eenheid, deel uitmakend van No 10 (Interallied) Commando. 29 Juni 1942 laten de geslaagden Achnacarry achter zich en verplaatsen naar Troon aan de Schotse westkust, waar de grondslag word gelegd voor de latere Nederlandse commando- eenheid.

Vanuit Troon gaat men naar de nieuwe standplaats Port Madoc in Noord Wales, waar men als N0 2 (Dutch) Troop wordt opgenomen in N0 10 (Inter-Allied) Commando. Daarna volgden meerdere leden van de Brigade “Prinses Irene” de commando-opleiding ter aanvulling van No 2 Dutch Troop. In mei 1943 is de sterkte van No 2 Dutch Troop, 5 officieren, 12 onderofficieren en 67 korporaals en manschappen.In 1943 werd No 2 (Dutch) Troop aangewezen om in het Verre Oosten ingezet te worden tegen de Japanners. Slechts een vijftal Nederlanders werd vanuit India, deels met No 44 (Royal Marine) Commando en deels met No 5 Commando achter de vijandelijke linies ingezet in ARAKAN (Birma).

Medio 1944 was de Troop weer compleet en werd op eigen verzoek teruggeplaatst naar Europa. Slechts enkele weken na terugkeer uit het Verre Oosten kreeg No 2 (Dutch) Troop opdracht zich gereed te houden om ingezet te worden op het vasteland van Europa. Op zondag 17 september 1944 werd het grootste deel van de Troop ingezet bij de grootste en meest vermetele luchtlandingsactie uit de Tweede Wereldoorlog: de operatie “Market Garden”.

Arnhem
12 Nederlandse commando’s waren ingedeeld bij de 1st British Airborne Division. Hiervan maakten 2 man een noodlanding met de glider in Noord-Brabant en Schouwen-Duiveland, werden 4 commando’s krijgsgevangen genomen en sneuvelde commando August Bakhuis Roozeboom tijdens een moedige poging om per jeep de Rijnbrug te bereiken.

Nijmegen
11 Nederlandse commando’s waren ingedeeld bij de 82nd (US) Airborne Division en drie man bij de Staf van het 1st British Airborne Corps.

Eindhoven
5 Nederlandse commando’s waren ingedeeld bij 101st (US) Airborne Division. Vijf commando’s die ingedeeld waren bij de 52nd (Lowland) Division, met de bedoeling om via vliegveld Deelen te worden ingevlogen, kwamen later terecht bij de Staf van het 1st British Airborne Corps.

Voorafgaand aan de operationele “Market Garden” waren reeds een vijftal commando’s aan de Staf van Prins Bernhard toegevoegd om als zijn persoonlijke lijfwacht te fungeren.

Op 11 oktober 1944 kwamen restanten van No 2 in Eindhoven bijeen. Zij kregen de keus tussen het genieten van een welverdiend verlof of deelnemen aan de volgende actie. Zij kozen voor het laatste! Inmiddels waren 4 commando’s reeds elders actief in het bezette deel van Nederland. Zij behoorden tot de groep van 8 commando’s die voorbestemd waren om in opdracht van het Bureau Bijzondere Opdrachten in het bezette Nederland wapenonderricht en sabotagelessen te geven en het verzet te coördineren. Drie commando’s werden ingezet als instructeur bij de Stoottroepen in het bevrijdde Zuid-Nederland. Om de haven van Antwerpen te kunnen gebruiken moesten de geallieerden de Scheldemonding beheersen. De Duitsers verdedigden zich hardnekkig en er werd besloten amfibische landingen uit te voeren bij Vlissingen en Westkapelle.

The “Assault on Walcheren”, Peter Sterkenburg

In de vroege ochtend van 1 november 1944 landde No 4 Commando met een Franse Troop en 11 Nederlandse commando’s in de voorste linies. Na zware gevechten, waarin de Nederlandse commando’s als gids in het gevecht voorgingen en diverse speciale opdrachten vervulden, werd in de avond van 3 november 1944 contact gemaakt met de commando’s die in Westkapelle waren geland.

Westkapelle

De landing bij Westkapelle vond op dezelfde dag plaats met 14 Nederlandse commando’s ingedeeld bij No 47 (Royal Marine) Commando. Negen Nederlanders raakten bij de zeer zware gevechten gewond. Op 3 november 1944 was Walcheren bevrijd en de zeeweg naar Antwerpen vrij.

Inmiddels werden in bevrijd Zuid-Nederland rekruten geworven om de commando-opleiding in Schotlandte volgen. Van de 107 cursisten die op 19 november 1944 naar Achnacarry waren vertrokken wisten 70 man het commandobrevet te bemachtigen. Zij werden met de overigen eind april 1945 nog gedurende twee weken ingezet aan het front tussen Moerdijk en Geertruidenberg. Naast de 4 commando’s die reeds als geheim agent waren ingezet werden begin april 1945 nog een tweetal commando’s, respectievelijk boven de Veluwe en Drente, gedropt. Na de bevrijding werd de Troop nog enige tijd belast met de bewaking van Duitse krijgsgevangenen.

Op 28 juni 1945 wordt deelgenomen aan de geallieerde overwinningsparade in Amsterdam. Langs de route, vanaf het Centraal Station, via het Rokin, de Dam en Kalverstraat naar het Museum Plein, staat aan beide kanten een massa mensen van meer dan tien rijen dik. De Nederlandse commando’s ontvangen een uitbundig ovationeel applaus van de toeschouwers.

Een deel van No 2 (Dutch) Troop vertrekt op 7 augustus 1945 naar Engeland. In Deal bij de Royal Marines volgt het grootste deel van de mannen cursussen om opgeleid te worden tot instructeur voor de nieuw te vormen Nederlandse Strijdkrachten.

In oktober 1945 wordt No 2 (Dutch) Troop ontbonden. Sommigen worden gedemobiliseerd en pakken hun afgebroken werkzaamheden in de burgermaatschappij weer op. Anderen worden geplaatst op de Stormschool Bloemendaal. Begin 1946 vertrekken een twintigtal commando’s naar Indië. Samen met mannen van het Korps Insulinde wordt onder hun leiding het Korps Speciale Troepen en de School Opleiding Parachutisten opgericht.